Overgewicht: ben ik te dik? | Gezond Kompas

Ben ik te dik?

Dec 01, 2020

Bij de meeste mensen komt de vraag “Ben ik te dik?” wel eens in hun hoofd op. Het antwoord op deze vraag wordt vaak in relatie tot culturele normen gegeven. Belangrijker vind ik echter hoe je gewicht en postuur effect hebben op je gezondheid. Overgewicht is namelijk een ernstig gezondheidsprobleem. Maar hoe weet je nou of jouw lichaamsvormen risico’s met zich meebrengen?

 

Overgewicht, een gewichtig probleem

Zowel voor het individu als voor de maatschappij is overgewicht een belangrijk probleem. De Amerikaanse epidemioloog Walter Willett verwoordt het heel mooi: “Gewicht zit als een spin in het midden van een ingewikkeld web van gezondheid en ziekte.” [1] Hij noemt gewicht de belangrijkste meting voor je toekomstige gezondheid. Er is een grote hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat er een rechtlijnige relatie is tussen overgewicht en de kans op overlijden. [1][2][3][4] Dus hoe hoger het overgewicht, hoe groter de kans op overlijden. 

Door overgewicht kan je een verhoogde bloeddruk, te hoge concentraties vetten in je bloed en een resistentie tegen insuline ontwikkelen. Je bent sneller moe, voelt je belemmerd in je bewegingen en hebt mogelijk een lager zelfbeeld en minder zelfvertrouwen. Overgewicht vergroot het risico op hart- en vaatziekten in belangrijke mate en is geassocieerd met fertiliteitsproblemen, gewrichtsaandoeningen, galstenen, slaapproblemen, diabetes type 2, dementie, spataderen en kanker. [1][2][3]

 

Overgewicht is een zorgwekkende trend

Even een realiteitscheck. Niet alleen in Amerika is overgewicht een groot probleem. In Nederland gaat het ook niet de goede kant op… Meer dan 50% van alle volwassenen in ons land kampt met matig tot ernstig overgewicht. Dertig jaar geleden was dit percentage 35%. [5] Er is dus een zorgwekkende stijgende trend te zien, met grote gevolgen voor de volksgezondheid. Ook onder kinderen is overgewicht een groeiend probleem: in 2019 had 13,2% te maken met overgewicht. [5] 

 

Wanneer heb je overgewicht?

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieert overgewicht als een te hoog gewicht in verhouding tot de lengte van een persoon. De zogenoemde Body Mass Index (BMI) wordt uitgedrukt in kilogram per vierkante meter (kg/m2). De formule voor het berekenen van je BMI is als volgt: gewicht in kilogram / (lengte in meters)2. [6]

Rekenvoorbeeld: Je bent iemand van 1,70 meter met een gewicht van 70 kilogram. Je vermenigvuldigt je lengte met je lengte (1,70 x 1,70) en gebruikt dat getal (2,89) om je gewicht (70) door te delen: 70 / 2,89 = 24,2. Je BMI is dan 24,2 kg/m2. 

De BMI is onderverdeeld in verschillende schalen die de mate van overgewicht aanduiden. De WHO hanteert de volgende gewichtscategorieën [6]:

  • <18,5 = ondergewicht*

  • 18,5 – 25 = normaal gewicht*

  • 25 – 30 = overgewicht (obesitas graad 1)

  • 30 – 40 = ernstig overgewicht (obesitas graad 2)

  • >40 = morbide obesitas (obesitas graad 3)

* Deze waarden zijn de referentiewaarden voor mannen. Voor vrouwen is de optimale BMI tussen 20 – 25. [3]

De BMI schalen zijn bepaald door epidemiologisch onderzoek naar overlijdensrisico. In verschillende studies werd een rechtlijnig verband gezien tussen BMI en sterftecijfers. Al vanaf een BMI van 22 gaat het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en hypertensie omhoog. Daarom pleit professor Willett ervoor om de BMI zo laag mogelijk te houden. [1]

De BMI is een standaard bepaling in de medische praktijk om overgewicht te evalueren. Echter is er ook kritiek op deze definitie van overgewicht, omdat hierin niet de lichaamssamenstelling wordt meegenomen. Twee personen kunnen hetzelfde BMI hebben, waarbij de ene persoon veel spiermassa heeft met weinig vet en de andere persoon veel vetweefsel met weinig spieren. Het is dus aan te bevelen om naast de BMI ook naar andere indicatoren te kijken. 

 

De samenstelling van je lichaam

Om de samenstelling van het lichaam te bepalen, kijken we naar de hoeveelheid en de soort materie die zich daarin bevindt. We spreken dan van massa. Je weet misschien wel dat een gezond lichaam voor 60-70% uit water bestaat. De overige massa wordt met name gevormd door bot-, spier- en vetweefsel. Bij overgewicht is er sprake van een teveel aan vetweefsel in relatie tot de overige materie. In de wetenschap wordt ook wel gesproken van de vetmassa en de vetvrije massa. 

Een nadenkertje: een kilogram vetweefsel weegt evenveel als een kilogram spierweefsel. Echter is de omvang van de materie behoorlijk verschillend. De dichtheid van spierweefsel is 1,066 kilogram per liter (kg/L), terwijl dat van vetweefsel 0,9007 kg/L is. [7][8][9][10] Omdenkend is een kilogram spierweefsel dus kleiner in omvang dan een kilogram vet. 

 

Vetafzetting in het lichaam

Gewichtstoename kan komen door een toename van vetweefsel, spierweefsel of watermassa. Door training kan de massa van spieren worden vergroot. Door een veranderde waterhuishouding kan je op een dag meer vocht vasthouden dan een andere dag. En een overmaat aan calorieën uit onze voeding wordt opgeslagen als vet. 

Volgens de natuurkundige wet van energiebehoud kan energie wel omgezet worden in een andere vorm, maar kan het nooit verloren gaan. In een gesloten systeem blijft de totale energie altijd gelijk. In een open systeem kan energie worden opgenomen, omgezet en afgegeven, maar het kan nooit worden vernietigd. In het menselijk lichaam betekent dit dat energie kan worden opgenomen uit voedsel, kan worden gebruikt voor fysiologische processen en kan worden afgegeven aan de omgeving door ontlasting, zweet, hitte, etc. De energie die niet wordt gebruikt en niet kan worden afgegeven aan de omgeving wordt opgeslagen in het lichaam, voornamelijk in de vorm van vet. 

Er zijn twee soorten vetafzetting, welke vaak worden aangeduid met een type vorm [2]:

  • Appelvorm => vetafzetting rond de buik 

  • Peervorm => vetafzetting rond de heupen

Bij het appelvormige type wordt het vet vooral in de buikregio opgeslagen. Hier bevinden zich de vitale organen, die negatief beïnvloed worden door vet. Het vet dat zich afzet in en rondom de organen heet visceraal vet en is zeer onwenselijk. Het lijkt erop dat hormonale verstoringen door o.a. stress en alcohol de opslag van vet naar de buikregio dirigeert. [11] Uit epidemiologische studies blijkt dat vet rond de buik een 5-6x hoger risico op hart- en vaatziekten met zich mee brengt dan vet rond de heupen. [2]

 

Een beter beeld van je postuur en lichaamssamenstelling

Om een duidelijker beeld te krijgen van het risico van gewicht en postuur op gezondheid zijn er naast de BMI nog andere metingen ontwikkeld.

 

Bepaling van de vetverdeling

Twee gerelateerde metingen zijn de middelomtrek en de middel-heupratio (MHR). De MHR geeft een indicatie van de vetverdeling over het lichaam; echter is in veel gevallen de middelomtrek al voldoende om het risico op overgewicht-gerelateerde ziekten te bepalen. [1] De middelomtrek is namelijk sterk gecorreleerd met de aanwezigheid van visceraal vet en met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en metabool syndroom. [12] De middelomtrek wordt gemeten ter hoogte van de navel. De heupomtrek wordt gemeten ter hoogte van het breedste punt van de heupen. 

  • MHR: Bij een MHR van >0,90 bij mannen en >0,80 bij vrouwen is er sprake van een verhoogd risico op ziekten gerelateerd aan overgewicht. [2]

  • Middelomtrek: Bij een absolute middelomtrek van >88 cm bij vrouwen en >102 cm bij mannen is er sprake van een aanzienlijk verhoogd risico op ziekten. [2] Je hebt een laag risico bij een middelomtrek van <80 cm bij vrouwen en <94 cm bij mannen. [4]

 

Bepaling van het vetpercentage

Ongeveer de helft van het lichaamsvet bevindt zich vlak onder de huid. Door de dikte van specifieke huidplooien te meten kan een inschatting worden gemaakt van de totale lichaamsvetmassa. [8] De huidplooimetingen worden doorgaans verricht ter plekke van de biceps, de triceps, vlak onder het schouderblad en vlak boven de bekkenrand. [13] De betrouwbaarheid van de test is afhankelijk van de deskundigheid van degene die de meting doet, en uitkomsten zijn ook afhankelijk van geslacht en leeftijd. 

Een moderne manier om het vetpercentage te bepalen is via bio-impedantie spectroscopie (BIS). Bij deze methode staat een persoon op een weegschaal met vier elektroden onder de voeten. Na het meten van het lichaamsgewicht wordt een elektrisch signaal door het lichaam gezonden. Water geleidt elektriciteit goed, terwijl vet dat niet doet. De tijd die het kost om het elektrische signaal van de linker- naar de rechtervoet te sturen geeft een betrouwbare indicatie van het vetpercentage. [14][15]

Het ideale vetpercentage is afhankelijk van geslacht, leeftijd en gezondheidsstatus. Gemiddeld is een vetpercentage van 15-20% bij mannen en 20-25% bij vrouwen acceptabel. Boven respectievelijk 25% en 32% lichaamsvet bestaat er een verhoogde kans op ziekte. [16]

 

Een oogje op je lichaam houden

Wat is jouw antwoord op de vraag “Ben ik te dik?” Zoals duidelijk is geworden uit dit artikel is het getal op de weegschaal een belangrijke factor voor je algehele gezondheid. Door regelmatig je gewicht en middelomtrek te bepalen, je BMI uit te rekenen en je vetpercentage te meten houd je je lichaamssamenstelling in de gaten. Een toename van spiermassa is gewenst, een toename van vetmassa echter niet. 

Gewichtstoename in de vorm van vetmassa gaat meestal heel geleidelijk en onopvallend. Door slechts een kleine dagelijkse disbalans in energieconsumptie en -afgifte kan in de loop van enkele jaren het lichaamsgewicht met vele kilo’s zijn toegenomen. [11] In tegenstelling tot wat veel dieethypes verkondigen, kan het terugkeren naar een gezond gewicht door verscheidene hormonale, fysieke en psychologische factoren een langdurige uitdaging zijn. Het is daarom extra belangrijk om scherp te zijn op geleidelijke gewichtstoename en om in een vroeg stadium interventies in te zetten. 

Heb je reeds matig tot ernstig overgewicht, dan is het aan te raden om onder begeleiding van een professional op een duurzame manier te werken aan gewichtsvermindering. In Nederland is de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) onderdeel van het basispakket van de zorgverzekering. De erkende leefstijlprogramma’s worden begeleid door een diëtist, fysiotherapeut of leefstijlcoach en worden volledig vergoed door de zorgverzekeraar. [17]

Overgewicht is niet iets om je voor te schamen. Je bent er geen minder mens om. Wel is het essentieel voor je gezondheid om er iets aan te doen, bij voorkeur op duurzame wijze door middel van leefstijlveranderingen. Door steeds kleine aanpassingen te maken, hulp in te schakelen en doorzettingsvermogen te kweken is zelfs ernstig overgewicht te overwinnen!

Waar loop jij tegenaan bij het verkrijgen of behouden van een gezond gewicht? Laat hieronder een reactie achter of stuur me een privébericht via de mail of Instagram

 

Beluister dit artikel ook als podcast:

 

Bronnen:
[1] W.C. Willett. Eat, drink, and be healthy. New York: Free Press, 2001.
[2] T.O.H. de Jongh, H. de Vries, H.G.L.M. Grundmeijer. Diagnostiek van alledaagse klachten. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2007. 
[3] W. Cortvriendt. Hoe word je 100? De feiten over hoe we gezond en jong blijven. Nederhorst Den Berg: Uitgeverij Lucht BV, 2015. 
[4] W. Cortvriendt. Lichter. Hilversum: Uitgeverij Lucht BV, 2018.
[5] Overgewicht – Cijfers & Context. Volksgezondheidenzorg.info, 2020
[6] Body Mass Index – BMI. World Health Organization.
[7] J. Brozek, F. Grande, J.T. Anderson, A. Keys. Densitometric Analysis of Body Composition: Revision of Some Quantitative Assumptions. Annals of the New York Academy of Sciences, 1963.
[8] J.V. Durnin, M.M. Rahaman. The assessment of the amount of fat in the human body from measurements of skinfold thickness. The British Journal of Nutrition, 1967.
[9] J.V. Durnin, J. Womersley. Body fat assessed from total body density and its estimation from skinfold thickness: measurements on 481 men and women aged from 16 to 72 years. The British Journal of Nutrition, 1974.
[10] B.M. Prior et al. Muscularity and the density of fat-free mass in athletes. Journal of Applied Physiology, 2001.
[11] P. Björntorp. Body Fat Distribution, Insulin Resistance, and Metabolic Diseases. Nutrition, 1997.
[12] T.S. Han, N Sattar, M. Lean. Assessment of obesity and its clinical implications. British Medical Journal, 2006. 
[13] J. Wang et al. Anthropometry in body composition: An overview. Annals New York Academy of Sciences, 2000.
[14] Th.C. de Winter. Waarop berust de werking van de ‘bio-elektrische impedantiemeting’ om het lichaamsvetpercentage te bepalen? In: Vademecum permanente nascholing huisartsen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2006.
[15] W.C. Willett, W.H. Dietz, G.A. Colditz. Guidelines for healthy weight. The New England Journal of Medicine, 1999.
[16] Body Composition Information and FAQ’s Sheet. University of Pennsylvania.
[17] D. Schokker. Gecombineerde Leefstijlinterventie. Loketgezondleven.nl.

 

NIEUW: Body Talk

Stel je eens voor dat je niet meer constant moe bent en allerhande lichamelijke klachten hebt die je belemmeren. Stel je voor dat je bruist van de energie en je droomleven kunt leiden. Je gezondheid staat dat heerlijke leven niet meer in de weg, maar is juist de katalysator ervan.

Hoe je dat voor elkaar krijgt? Leer communiceren met je lichaam. Met de online training Body Talk krijg jij de sleutel in handen voor optimale zelfzorg. Wil jij nooit meer onbewust over je grenzen gaan en precies weten wat je lijf nodig heeft om kerngezond te blijven? 

START VANDAAG NOG MET BODY TALK

Meer gezondheid in je mailbox?

Jouw filter in gezondheidsland. Geen spam, alleen waarde. 

Geen zorgen, ik pas geheimhouding ook toe op jouw contactinformatie!